Ik meet alles wat ik zie aan wat ik eerder zag,
zodat ik nooit iets anders denk dan wat ik al dacht.
Zo gaat alles keurig net zoals ik had verwacht.
Alles veilig en bekend, nooit is er meer iets onverwachts.
Alles past, niets is te groot.
Ik hoef niet eens te overleven,
want ik ben al dood.
En als ik niet meer vecht,
als ik het strijden zie,
de logica van het bestaan,
hoe mensen in hun overleven automatisch verder gaan.
Het dodelijk geweld van geld trek ik mij niet meer aan.
Als ik daartegen niet meer vecht,
waarom zou ik dan nog bestaan?
uit: De Beuk erin
liederen van verandering (1999)
Bram Vermeulen (1946-2004)